Beoordeel deze pagina
8/10 (1)
Bedankt voor uw beoordeling

Rentevaste hypotheken

Rentevaste hypotheken
14 mrt 2019

Woningkopers kiezen bij het afsluiten van een hypotheek meestal voor 10, 20 of 30 jaar vast. Maar banken proberen consumenten nu ook te verleiden voor eigenaardige rentevaste periodes van 7, 12, 15 en 17 jaar.

Jarenlang was 10 jaar vast het populairst, maar die is ingehaald door 20 jaar vast dankzij de historisch lage hypotheekrentes van tegenwoordig. Dit is onder meer te zien in het aantal aangevraagde rentevaste perioden in de afgelopen tien weken van Hypotheken Data Netwerk (HDN).

4 Situaties

Dit zijn 4 situaties waarin ongewone rentevaste perioden, al dan niet in een rentemix, van pas kunnen komen:

1. Risicospreiding

Als je een hypotheek voor 10 jaar afsluit, loop je het risico dat de rente hoger is op het moment dat je een nieuwe rentevaste periode moet aangaan. Dat kun je voorkomen door een hypotheek voor 20 jaar vast af te sluiten, maar die is duurder en bovendien kan er in 20 jaar veel gebeuren. Bij een verbouwing of verhuizing, ben je opeens niet meer zo zeker van de rente.

“Bij een rentemix combineer je bijvoorbeeld rentevaste periodes van 7, 12 en 17 jaar, dat kan een besparing opleveren ten opzichte van bijvoorbeeld 20 jaar vast. Door de mix van korte en lange renteperioden kan de gemiddelde rente lager uitvallen dan bij 20 jaar vast alleen. Door de lagere rente los je bovendien sneller af.

Tegelijkertijd heb je meer zekerheid over de rentetarieven, omdat je op moment van verlengen nooit wordt geconfronteerd met een hogere rente en een forse stijging van je maandlasten – voor de hele hypotheek. “Er loopt altijd maar een deel van de hypotheek af”, legt Hagedoorn uit.

Als voorbeeld neemt hij een totale hypotheek van 300.000 euro waarbij de rente voor 100.000 euro na 7 jaar afloopt. Voor dit leningdeel sta je voor een verlenging van de dan geldende rente. “Maar 200.000 euro loopt door, een deel voor 5 jaar in plaats van 12 jaar en een deel voor 10 jaar in plaats van 17 jaar.”

Nadeel van deze constructie is volgens Hagedoorn dat je nooit helemaal uit je rentevaste periode komt en er dus geen moment is waarop je volledig boetevrij zou kunnen overstappen naar een andere geldverstrekker. Daarbij vergt deze constructie meer onderhoud. Bij elke nieuwe rentevaste periode ga je met de adviseur om tafel.

2. Hogere leencapaciteit

De hypotheekrentes mogen dan historisch laag zijn, voor rentevaste perioden korter dan 10 jaar wordt gerekend met de toetsrente. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) stelt die elk kwartaal opnieuw vast, maar de toetsrente bedraagt altijd minimaal 5 procent. Dat is dus een stuk hoger dan de pakweg 2 tot 3 procent werkelijke hypotheekrente.

Dit komt omdat geldverstrekkers financieringslastpercentages moeten hanteren. Die geven aan welk deel van het inkomen maximaal aan hypotheeklasten mag worden besteed. “Door die sprongetjes kan het zijn dat je met een hogere rente toch meer kan lenen. In dat geval kan het voor een klant interessant zijn om 10 of 20 jaar vast te mixen met een kortere renteperiode van bijvoorbeeld 7 jaar”, aldus Hagedoorn.

hypotheek rentevast

3. De spaarhypotheek loopt af

Wie nu een spaarhypotheek afsluit, heeft geen recht op hypotheekrenteaftrek. Maar wie voor 2013 een spaarhypotheek afsloot, genoot wel dit fiscale voordeel. Een ongewone rentevaste periode kan interessant zijn voor woningeigenaren van wie de spaarhypotheek afloopt. “Stel dat je nog 12 jaar te gaan hebt, dan kun je een rentevaste periode kiezen die daar exact bij past.”

4. Extra zekerheid over de rente

Sommige banken stunten met ongewone rentevaste perioden. “Vorig jaar bood een geldverstrekker 12 jaar vast voor het tarief van 10 jaar vast. Dan heb je twee jaar extra zekerheid voor het tarief van 10 jaar vast.”